Verre windstreken 



Met de volken die door het Nederlandse landschap trokken waren er veel verschillende manieren en vooral verhaalstructuren voor het begrijpen van de natuurkrachten als welvaartsstrategie. Dit gebeurt natuurlijk niet alleen in dit landschap. Een goed voorbeeld aan de andere kant van deze aardbol is de Polynesische navigatiekunde.15 De Polynesische zeevaarders legde duizenden kilometers af over open oceaan om tussen de eilandengroep in de grote oceaan zonder enige instrumenten. Zeevaarders gebruikten een uitgebreide mondeling overgebrachte sterrenkompas die van de opkomst en ondergang van verschillende sterrengroepen hun locatie konden bepalen. Op de schaal van meer dan duizenden kilometers uit elkaar liggende eilanden is de wind kennen cruciaal. Een Polynesische zeevaarder moest bepaald hoge winden (Ko’olau)  dit op de bevonden locatie kunnen onthouden en herkennen.17,18  Het varen draait in deze cultuur ook niet alleen maar om verder komen, het is heel standplaats gebonden, waarbij de reis die je maakt, de winden, sterren, golven die je tegenkomt op je reis leert herkennen en dus ook weer gebruikt om terug te komen. De wind leren kennen is in deze cultuur iets intuïtief waarbij de kano en het lichaam als verlengstuk werken van het voelen van de wind en golven. De Polynesiërs zien hun praktijk van werken met de elementen als iets holistisch. De verhalen die worden verteld binnen de cultuur zijn de basis van de vaardigheden van de zeevaarders. Voor een lange tijd is de Polynesische cultuur onderdruk geweest en bijna vervaagd door ver-westering en kolonisatie. In 1975 werd het traditionele schip (pahi) Hokule’a opnieuw gebouwd en met behulp van Micronesische master navigator Mau Piailugbevaren op traditionele wijze.19  Dit zorgde voor een herontdekking van de inheemse cultuur en daarmee een herwaardering van de traditionele gebruiken. Hoe zouden we de wind door mythische en magische oude verhalen, of leefwijzen die voorgekomen zijn in dit landschap weer een plek kunnen geven?